Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Italië › Valle d'Aosta › Skiën en wandelen in Gran Paradiso Nationaal Park
Bestemming 7 min lezen

Skiën en wandelen in Gran Paradiso Nationaal Park

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Gran Paradiso was een koninklijk jachtterrein en dat heeft de steenbok gered

Rond 1900 waren de alpensteenbokken volgens de parkbeheerders in Europa vrijwel uitgeroeid; in dit gebied bleef een laatste groep over doordat koning Vittorio Emanuele II er zijn jachtreservaat had en er bewaking op zette. In 1922 schonk Vittorio Emanuele III het terrein aan de staat, waarmee het eerste nationale park van Italië ontstond. Uit die restpopulatie zijn later kolonies in de hele Alpen opgezet. Dit artikel gaat over dat park, in de zomer en in de winter, met hoogtes, prijzen en toegangsregels.

De berg zelf is de enige vierduizender die helemaal in Italië ligt

Het uitzicht vanuit de kabelbaan naar Pila
Foto: Babak Habibi / Pexels
De top komt tot 4.061 meter en is daarmee de hoogste berg waarvan het hele massief binnen de Italiaanse grens valt. De beklimming is een gletsjertocht van twee dagen met een overnachting in een hut, en vraagt uitrusting en ervaring. Voor wie dat niet doet, is er genoeg op lagere hoogte. Het park beslaat ongeveer 700 vierkante kilometer en heeft honderden kilometers gemarkeerd pad. Toegang tot het park is gratis; parkeren bij de dalingangen kost enkele euro's per dag.

Steenbokken zie je hier daadwerkelijk

Wandelen langs de Lillaz watervallen
Foto: chepté cormani / Pexels
In het park leven duizenden steenbokken en gemzen, plus marmotten die je langs vrijwel elk pad hoort fluiten. In de vroege ochtend en tegen de avond komen de dieren lager, wat de kans om ze te zien aanzienlijk vergroot. Neem een verrekijker mee; op de open hellingen boven de boomgrens zie je ze op honderden meters afstand als donkere stippen. Let op: blijf op de paden en voer niets, want dieren die aan mensen wennen komen op wegen terecht en worden aangereden. Er zijn begeleide tochten met een parkgids vanaf ongeveer 25 euro per persoon, en die weten waar de kudden op dat moment staan.

De watervallen bij Lillaz zijn de makkelijkste wandeling

Vanaf Lillaz, op enkele kilometers van Cogne, loopt een pad in ongeveer twintig minuten naar een reeks watervallen die over drie trappen naar beneden komen. Het is vlak tot licht stijgend en met kinderen goed te doen. In juni, na de sneeuwsmelt, staat er de meeste kracht op; in augustus is het minder water. In de winter bevriezen ze deels, wat een ander maar even indrukwekkend beeld geeft. Parkeren bij het gehucht kost enkele euro's en is in het hoogseizoen vroeg vol.

De zijdalen zijn stiller dan het hoofddal

Langlaufen in het Valnontey-gebied
Foto: mark soetebier / Pexels
Naast Cogne lopen drie zijdalen het park in: de Valnontey vlak bij het dorp, de Valsavarenche en Rhêmes-Notre-Dame, elk met een handvol gehuchten aan het eind van de weg en met paden die naar bergmeren en hutten leiden. Ze zijn minder bezocht en de wandelingen erin zijn langer en steiler. Reken op tochten van vier tot acht uur met 700 tot 1.200 hoogtemeters. De hutten bieden halfpension voor 55 tot 75 euro per persoon en zijn van eind juni tot half september open; reserveren is nodig. Buiten dat seizoen zijn ze gesloten en zijn de hoge paden niet begaanbaar.

De hoogste weg gaat in de zomer op slot voor auto's

Aan de Piemontese kant klimt vanaf Ceresole Reale de weg naar de Colle del Nivolet op ruim 2.600 meter, langs de stuwmeren Serrù en Agnel en met zicht op het massief. In het hoogseizoen is het bovenste stuk op zondag afgesloten voor particulier verkeer onder de naam A piedi tra le nuvole, en rijdt er een pendelbus. Dat scheelt de rijen en de parkeerchaos van vroeger. De weg is doorgaans van eind juni tot half oktober open en daarbuiten door sneeuw gesloten. Controleer voor vertrek de actuele regeling, want de dagen waarop de sluiting geldt verschillen per jaar.

In de winter is dit langlaufgebied

Cogne heeft een van de betere langlaufnetten van Italië, met tientallen kilometers geprepareerd spoor over de dalbodem en door de Valnontey, tot boven de 1.600 meter. Er zijn ook pistes voor alpineskiën, maar het gebied is klein. Een dagpas voor de loipes kost 10 tot 15 euro, materiaalhuur ongeveer 20 euro per dag. Daarnaast worden er sneeuwschoentochten met gids aangeboden vanaf ongeveer 30 euro. Wie een groot skigebied zoekt, zit hier verkeerd; wie stilte en langlauf zoekt, precies goed.

Aosta is de stad in het dal

Op ongeveer een half uur rijden ligt Aosta, gebouwd op een Romeins legerkamp uit 25 voor Christus. Daarvan staan de Arco di Augusto, de Porta Praetoria en een deel van het Teatro Romano nog overeind, midden tussen de latere bebouwing. Vanaf de stad brengt een kabelbaan je in ongeveer twintig minuten naar Pila op 1.800 meter; een retour kost rond de 12 euro in de zomer. De combinatie van Romeinse resten en een berg boven de stad maakt dit de logische stop voor een dag zonder wandelen.

Praktisch

Het dal is vanuit Nederland in ongeveer elf uur te rijden, via Zwitserland of via de tunnel onder de Mont Blanc; die tunnel kost rond de 60 euro enkele reis. Italië betaalt met de euro en op de snelweg door het dal geldt tol. Juli tot half september is het wandelseizoen; daarvoor ligt er op hoogte nog sneeuw. Eind september is de mooiste periode: heldere lucht, kleur in de lariksen en de dieren actief door de bronsttijd. Van december tot maart is het wintersportseizoen. In mei, juni en november is er weinig open en zijn de hoge paden niet begaanbaar.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine