Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Dolomiti Superski verbindt twaalf gebieden met één pas
Foto: Göran Svensson / Pexels
De Dolomieten hebben met Dolomiti Superski een skipas die geldig is in twaalf gebieden met samen ongeveer 1.200 kilometer piste en rond de 450 liften, verdeeld over drie provincies en twee taalgebieden. Een dagpas kost in het hoogseizoen rond de 78 euro, een zesdaagse zo'n 400. Dat maakt het naar omvang een van de grootste skigebieden ter wereld, al zijn de deelgebieden niet allemaal met de ski aan elkaar verbonden. De hoogteligging loopt van ongeveer 1.200 tot 3.269 meter.
De Sella Ronda is een rondje van 40 kilometer om één bergmassief
Foto: mark soetebier / Pexels
De Sella Ronda voert in één dag om het Sellamassief heen, over vier bergpassen en door vier dalen, met ongeveer 26 kilometer afdaling en 14 kilometer aan liften. Je kunt hem met de klok mee rijden, aangegeven met oranje bordjes, of tegen de klok in met groene. Reken op vier tot zes uur inclusief liften en zorg dat je voor tien uur begint, want de laatste liften sluiten rond half vijf en wie te laat is moet met de bus terug. Het niveau is blauw tot rood, dus voor gevorderde beginners haalbaar.
Val Gardena is het bekendste dal en heeft drie dorpen
Foto: Besnik Kasemi / Pexels
Val Gardena bestaat uit Ortisei, Santa Cristina en Selva, met samen ongeveer 175 kilometer piste in het eigen gebied. In Ortisei brengen twee kabelbanen je vanuit het dorpscentrum naar twee verschillende gebieden, wat betekent dat je zonder auto kunt skiën. Hier wordt Ladinisch gesproken, een taal die alleen in vijf dalen rond de Sella voorkomt en die door rond de 30.000 mensen wordt gebruikt. Op de Saslong wordt jaarlijks een afdaling voor de wereldbeker gereden.
Alta Badia heeft brede pistes en sterrenrestaurants
Alta Badia rond Corvara en La Villa telt ongeveer 130 kilometer piste die als geheel breder en rustiger is dan die in de buurdalen, wat het geschikt maakt voor wie kilometers wil maken. De Gran Risa bij La Villa is een van de steilste wereldbekerhellingen en in de zomer een gewone rode piste. Het dal staat verder bekend om zijn keuken: er zitten meerdere restaurants met een ster, en er is een reeks berghutten waar koks streekgerechten serveren. Een lunch op een hut kost 20 tot 35 euro.
Marmolada is de enige gletsjer en het hoogste punt
De Marmolada is met 3.343 meter de hoogste berg van de Dolomieten en heeft de enige gletsjer van het gebied. Een kabelbaan in drie secties brengt je vanaf Malga Ciapela naar ongeveer 3.265 meter, met vandaar een afdaling van rond de 12 kilometer en 1.800 meter hoogteverschil. Let op: de gletsjer krimpt hard en volgens onderzoekers verdwijnt hij binnen enkele decennia; in juli 2022 brak er een groot stuk af waarbij elf mensen omkwamen, dus buiten de piste geldt hier gidsplicht. Op de bovenste sectie zit een museum over de bergoorlog.
De Eerste Wereldoorlog is nog zichtbaar in de bergen
Tussen 1915 en 1917 liep het front dwars door de Dolomieten en werden er stellingen, tunnels en kabelbanen in de rotswanden aangelegd. Op de Lagazuoi en de Marmolada zijn tunnels en loopgraven bewaard en met een gids of op eigen gelegenheid te bezoeken. Op de Lagazuoi ligt bovendien de langste afdaling van de streek, ongeveer 9 kilometer naar Armentarola, waar je aan het eind door paarden over een vlak stuk wordt getrokken. Dat laatste kost een paar euro.
Langlaufen kan het beste in het Fassadal en op de Alpe di Siusi
Voor langlaufen is de Alpe di Siusi de bekendste plek: een hoogvlakte van ongeveer 56 vierkante kilometer op 1.700 tot 2.200 meter, de grootste alm van Europa, met tientallen kilometers loipe. In het Fassadal ligt bij Moena en Canazei een net van loipes langs de dalbodem, met een centrum in Lago di Tesero waar wereldbekerwedstrijden worden gehouden. Een dagkaart voor de loipes kost rond de 10 euro. De hoogvlakte is overdag afgesloten voor auto's.
Winterwandelen en sneeuwschoenen in de natuurparken
Het natuurpark Fanes-Sennes-Prags beslaat ongeveer 260 vierkante kilometer en heeft in de winter geprepareerde wandelpaden waar geen ski's komen. Vanaf Prags loopt een route naar de Pragser Wildsee, een meer dat in de zomer overspoeld wordt en in de winter vrijwel leeg is. Sneeuwschoentochten met gids kosten rond de 45 euro per persoon. Buiten de gebaande paden geldt lawinegevaar en dan is een gids geen luxe.
IJsklimmen gebeurt in de kloof bij Sottoguda
De Serrai di Sottoguda is een kloof van ongeveer 2 kilometer onder de Marmolada waar in de winter tientallen ijsvallen ontstaan die tot 80 meter hoog worden. Het is een van de bekendste ijsklimgebieden van de Alpen. De kloof werd in 2018 zwaar beschadigd door een storm en is daarna hersteld en opnieuw opengesteld. Voor beginners zijn er cursussen van een dag vanaf ongeveer 150 euro inclusief materiaal.
Rodelen kan bij Cortina en in de zijdalen
Cortina d'Ampezzo heeft meerdere rodelbanen, waarvan die op de Faloria en bij het Fiames-gebied de bekendste zijn, met lengtes van 2 tot 4 kilometer. Sleeën zijn ter plekke te huur voor rond de 10 euro per dag. Cortina was gastheer van de Winterspelen van 1956 en is dat samen met Milaan opnieuw in 2026, waarvoor onder meer de bobbaan is vernieuwd. Reken erop dat dat de prijzen en de drukte in dat seizoen opdrijft.
Après-ski verschilt sterk per dal
Canazei in het Fassadal heeft de luidruchtigste après-ski van de streek, met tenten aan de voet van de liften die vanaf een uur of drie vollopen. Ortisei en Corvara zijn rustiger en meer op eten gericht, met terrassen in het dorpscentrum. Cortina is het duurst en het meest op zien-en-gezien-worden ingericht; een aperitief kost er 12 tot 18 euro tegen 6 tot 9 euro in de andere dalen. In alle dorpen sluit de horeca aanmerkelijk vroeger dan in de Oostenrijkse Alpen.
Sneeuwzekerheid en seizoen
De hoge ligging en de kunstsneeuwinstallaties maken de Dolomieten tot een van de zekerste gebieden van de Alpen; volgens de exploitanten is ruim negentig procent van de pistes beneeuwbaar. Het seizoen loopt doorgaans van begin december tot begin april, met de gletsjer soms langer. De koudste en helderste weken zijn januari en februari, met temperaturen van min 5 tot min 15 boven de 2.000 meter. In maart is het zachter en zijn de dagen langer, wat prettiger skiën is maar zachtere sneeuw in de middag betekent.
Praktisch bij een verblijf
De dichtstbijzijnde luchthavens zijn Venetië en Innsbruck, allebei op ongeveer twee uur rijden; vanuit Nederland is het met de auto zo'n 1.100 kilometer. In de dalen rijden skibussen die bij de meeste skipassen zijn inbegrepen. Boek voor de kerstvakantie en voor februari maanden vooruit, want dan zit vrijwel alles vol. Buiten die periodes, in januari en eind maart, liggen de prijzen voor een verblijf vaak een derde lager.