Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Molise is de op een na kleinste regio van Italië
Foto: Gabriele Romano / Pexels
Molise meet 4.461 vierkante kilometer en telt nog geen 300.000 inwoners, verdeeld over bergdorpen in de Apennijnen die in de afgelopen halve eeuw fors zijn leeggelopen. Tussen de Adriatische Zee en de hoogste toppen zit maar 60 kilometer.
Dat maakt het wandelgebied van deze hoek van Zuid-Italië compact en leeg: op doordeweekse dagen kom je op de paden vrijwel niemand tegen. Dit artikel behandelt de routes, met lengtes, hoogteverschillen, seizoenen en de praktische haken.
Het Matese-massief loopt op tot 2.050 meter
Foto: Angelo Capitanio / Pexels
Op de grens met Campania ligt het Matese, met de Monte Miletto van 2.050 meter als hoogste top en daaronder een hoogvlakte met een meer op ruim 1.000 meter, dat volgens de parkbeheerder het hoogstgelegen karstmeer van Italië is.
Toegang is gratis. Vanaf Bojano aan de Molisaanse kant of Piedimonte Matese aan de Campaanse kant loop je in drie tot vier uur naar de top, met 800 tot 1.000 meter hoogteverschil. Let op dat de vlakte via kalksteenspleten leegloopt en dat er geen bronnen op de route zijn: neem twee liter water per persoon mee.
De oude schaapdriften zijn tot 111 meter breed
Door de regio lopen de tratturi, eeuwenoude veedriften waarover schaapskudden tussen de bergen en de vlakte in Puglia trokken. De langste is de Tratturo Pescasseroli-Candela van 211 kilometer, en de wettelijke breedte was 111 meter, wat je aan de brede grasstroken door het landschap nog kunt zien.
Ze zijn vrij toegankelijk en gratis. Delen zijn als wandelpad gemarkeerd en te lopen in etappes van 12 tot 20 kilometer, vlak tot licht glooiend. Dit is de route voor wie liever lang en vlak loopt dan kort en steil, en hij komt langs dorpen waar je kunt overnachten. Langs dezelfde driften liggen Romeinse en oudere Italische resten.
Het biosfeerreservaat in het noorden bestaat uit zilverspar
In het binnenland liggen bij Collemeluccio en Montedimezzo twee oude bossen met zilverspar en beuk die sinds 1977 als biosfeerreservaat zijn aangewezen, een van de oudste van Europa.
Toegang is gratis en er zijn gemarkeerde lussen van 4 tot 10 kilometer, vlak genoeg voor kinderen vanaf een jaar of acht. In september en oktober is het er stil en kleurt het beukenbos; in de zomer is het er 5 tot 8 graden koeler dan in de dalen. Er is een bezoekerscentrum, doorgaans van negen tot vijf, al is dat buiten het seizoen niet elke dag bemand.
Van het nationale park ligt maar een klein deel hier
Het Parco Nazionale d'Abruzzo, Lazio e Molise ligt voor verreweg het grootste deel in Abruzzo; het Molisaanse aandeel beslaat een strook rond het Meta-gebied in het westen.
Toegang tot het park is gratis, al gelden er zones waar je alleen met een gids mag komen. Vanaf de dorpjes in die strook loop je routes van 10 tot 15 kilometer met 600 tot 900 meter stijging. Wie de Marsicaanse bruine beer of wolven hoopt te zien, moet weten dat die vrijwel uitsluitend in de kerngebieden verderop in Abruzzo zitten; hier zie je hooguit sporen.
Rond Larino loop je door de olijfgaarden
In de heuvels achter de kust, rond Larino en in de Trigno-vallei, liggen olijfgaarden waarvan sommige bomen honderden jaren oud zijn. De paden ertussen zijn karrensporen tussen de percelen, vaak zonder markering maar met goed zicht.
Toegang is gratis en het oogstseizoen is oktober en november, wanneer je de netten onder de bomen ziet liggen en de molens draaien. Reken op vlakke tochten van 8 tot 14 kilometer. In juli en augustus is het hier 33 tot 38 graden en is er geen schaduw, dus loop dan voor negen uur 's ochtends.
De Romeinse stad Saepinum is gratis toegankelijk
Foto: Angelo Capitanio / Pexels
Aan de voet van het Matese ligt Saepinum, ook Altilia genoemd, een compleet Romeins stadje met muren, poorten, een theater en een geplaveide hoofdstraat, waar tot in de twintigste eeuw boerderijen tussen de resten stonden.
Toegang is gratis en het terrein is doorgaans van negen uur tot een uur voor zonsondergang open; reken op anderhalf uur. Je kunt het combineren met een wandeling van enkele kilometers door het omringende landschap. Noordelijker ligt bij Pietrabbondante een heiligdom van de Samnieten, het volk dat hier woonde voordat Rome de streek innam, met een theater uit de tweede eeuw voor Christus voor enkele euro's entree.
Het openbaar vervoer is hier geen alternatief
Tussen de bergdorpen rijden bussen die op schooltijden zijn afgestemd: doorgaans één of twee ritten per dag, en in de vakanties minder. De spoorlijn langs de kust is de enige verbinding die vaak rijdt.
Reken dus op een huurauto en op bergwegen waar je 40 kilometer per uur haalt. Tank in de grotere plaatsen, want in de dorpen zijn nauwelijks pompen en die sluiten tussen de middag. Overnachten kost hier 50 tot 90 euro voor een tweepersoonskamer met ontbijt, wat duidelijk onder het Italiaanse gemiddelde ligt.
Praktisch
Er is geen luchthaven in de regio: je vliegt in ongeveer twee uur op Napels of Rome en rijdt daarna 150 tot 230 kilometer, twee tot drie uur. Vanaf Termoli aan de kust rijden treinen naar het noorden, richting Vasto en verder, en naar het zuiden. Italië betaalt met de euro.
Mei, juni, september en oktober zijn de beste wandelmaanden met 18 tot 26 graden. In de bergen ligt van december tot maart sneeuw en zijn er twee kleine skigebieden. Bewegwijzering in het Engels ontbreekt vrijwel overal en de paden zijn wisselend gemarkeerd, dus een offlinekaart op de telefoon is hier geen luxe.