Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Italië › Bologna › Wandelen door Bologna’s historische centrum en op de heuvels
Bestemming 12 min lezen

Wandelen door Bologna’s historische centrum en op de heuvels

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 15 juli 2025

In Bologna wandel je vlak onder bogen of steil omhoog

Wat zijn de mooiste wandelroutes door het centrum van Bologna
Foto: Riccardo Toso / Pexels
De stad kent twee soorten wandeling die niets met elkaar te maken hebben. In het centrum loop je kilometers onder overdekte galerijen zonder ooit hoogte te maken; achter de zuidelijke stadsrand begint meteen de heuvelrug van de Apennijnen. De bekendste route combineert beide: de portico naar San Luca begint vlak bij de Porta Saragozza en eindigt met een stevige klim. Dit artikel beschrijft die route en de alternatieven, met hun lengte en hun hoogteverschil.

De portico naar San Luca is over meer dan een eeuw gebouwd

De portico naar San Luca is over meer dan een eeuw gebouwd
Foto: Jan van der Wolf / Pexels
De galerij loopt over 3.796 meter met 666 bogen van de Porta Saragozza naar het Santuario della Madonna di San Luca op de Colle della Guardia. Volgens de gemeentelijke documentatie is hij tussen 1674 en 1793 gebouwd, boog voor boog gefinancierd door families, gilden en particulieren, wier namen op veel bogen nog te lezen zijn. Het is de langste overdekte galerij ter wereld, en sinds 2021 staan de portico's van Bologna op de werelderfgoedlijst. Het eerste deel door de stad is vlak; bij de Arco del Meloncello, het viaduct dat Carlo Francesco Dotti over de straat legde, klimt het pad in serpentines omhoog. Reken op ongeveer anderhalf uur naar boven en op een uur terug.

Wat die klim werkelijk is

Wat die klim werkelijk is
Foto: xia yue / Pexels
Het hoogteverschil bedraagt ruim 200 meter over de laatste anderhalve kilometer, en dat betekent trappen en een aanhoudend stijgend pad. Het is overdekt, dus je loopt in de schaduw, maar in juli en augustus is het er benauwd. Neem water mee, want onderweg zijn er nauwelijks voorzieningen. Wie de klim wil overslaan: in het seizoen rijdt er een toeristentreintje vanaf Piazza Maggiore naar boven voor rond de 10 euro, en dan doe je alleen de afdaling te voet. Boven kijk je over de stad en de Povlakte tot aan de bergen, en in de basiliek hangt het Byzantijnse Mariabeeld dat bij processies de stad in gaat.

Santo Stefano is geen kerk maar zeven gebouwen

Santo Stefano is geen kerk maar zeven gebouwen
Foto: Carina Ackerman / Pexels
Aan de Piazza Santo Stefano staat het complex van Santo Stefano, in de stad bekend als de Sette Chiese: vier kerken, twee binnenhoven en een museum, waarvan de oudste delen tot de vijfde eeuw teruggaan, in de loop van eeuwen aan elkaar gebouwd rond een oude heilige plek. In de Cortile di Pilato staat het stenen bekken waaraan de naam hangt. Je loopt er van het ene gebouw in het andere en verliest het overzicht, en dat is precies de bedoeling; een kaartje is niet nodig en het complex is dagelijks tot 19.00 uur open. De toegang is gratis, je bent er in drie kwartier doorheen, en de Strada Maggiore met de Corte Isolani begint om de hoek.

Het centrum meet nog geen 2 bij 2 kilometer

Van Piazza Maggiore met de Basilica di San Petronio loop je in vijf minuten naar de Due Torri en in tien naar het universiteitskwartier rond de Via Zamboni, waar het Teatro Comunale staat. Aan Piazza Galvani zit het Archiginnasio, het oude universiteitsgebouw met het Teatro Anatomico uit 1637, de houten snijzaal waar met het mes werd lesgegeven; toegang kost enkele euro's. Het Museo Civico Archeologico ernaast heeft de Etruskische vondsten uit de streek. Let op dat de twee torens aan de Piazza di Porta Ravegnana sinds oktober 2023 gesloten zijn wegens stabilisatiewerk aan de overhellende Garisenda; de Asinelli van 97 meter is daardoor voorlopig niet te beklimmen en het plein eromheen is deels afgezet. Wie de marktstraatjes wil: het Quadrilatero rond de Via degli Orefici ligt naast de Piazza Maggiore.

Achter de stad beginnen de heuvels

Achter de stad beginnen de heuvels
Foto: xia yue / Pexels
Direct achter de zuidelijke stadsrand liggen de Colli Bolognesi, met wijngaarden, bospaden en uitzichtpunten. Op San Michele in Bosco, ongeveer 1,5 kilometer van het centrum en een klim van twintig minuten, heb je het klassieke uitzicht over de daken; het aansluitende Parco di Villa Ghigi loopt met vrij toegankelijke paden verder de heuvel op, en de Giardini Margherita zijn het grote vlakke stadspark voor wie niet wil klimmen. Bij Casalecchio di Reno op ongeveer 8 kilometer ligt het Parco della Chiusa, ook Parco Talon genoemd, langs de Reno met vlakke paden en schaduw bij de middeleeuwse stuwdam die de stadskanalen voedde. Dat is de tegenhanger van San Luca: geen klim, geen bogen, wel water en bomen, en met de trein in een kwartier te doen. Zuidoostelijk ligt het Parco Regionale dei Gessi Bolognesi, met gipsgroeven, grotten en de kleiravijnen van de Calanchi dell'Abbadessa.

Onder de stad liggen kanalen

Onder de stad liggen kanalen
Foto: Mihai Vlasceanu / Pexels
Bologna had eeuwenlang een net van kanalen dat de zijde-industrie aandreef; vrijwel alles is later overkluisd. Aan de Via Piella zit een luikje in de muur waardoor je ineens op het Canale delle Moline kijkt, met de huizen tot in het water. Het kost niets en duurt twee minuten. Er staat vrijwel altijd een groepje voor, want er kunnen maar twee mensen tegelijk doorkijken; ga voor negen uur 's ochtends. Wie meer wil zien van het stelsel: bij de Via Oberdan en de Salara liggen nog open stukken.

Wat je meeneemt

Schoenen met een goede zool, want de portico's liggen over 38 kilometer in het centrum op oude tegels en steen die glad worden bij regen. Reken op minstens 1 liter water per persoon voor de klim naar San Luca, en in de zomer een hoed voor de stukken zonder galerij. Een buggy rolt onder de portico's prima, maar op sommige plekken overbrugt de galerij een niveauverschil met treden. Voor de klim naar San Luca is een draagzak de enige praktische optie.

Wanneer je loopt

April, mei, september en oktober zijn de beste maanden. In juli en augustus loopt het in de Povlakte op tot boven de 33 graden en dan is zelfs onder de bogen de lucht zwaar; loop dan voor 10.00 uur of na 18.00 uur. In de winter is het klam en mistig rond de 4 graden, maar de portico's houden je droog en de stad is dan van de studenten. Zondagochtend is het rustigst voor de klim naar San Luca; op zondagmiddag lopen de Bolognezen hem zelf. Met de hogesnelheidstrein is Florence in 37 minuten te doen, wat van een regendag een uitstapje maakt.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine